Jan van Hoof - Voortrekker en Verzetsman

Jan van Hoof
Voortrekker en Verzetsman
7 augustus 1922 – 19 september 1944

Postuum toegekend: november 1945: The Medal for Freedom with Bronze Palm
9 oktober 1946: Het Nederlandse Ridderkruis 4de Klasse der Militaire Willemsorde
november 1947: The King''s Commendation for Brave Conduct with Silver Laurel (Brits)

NIJMEGEN: EEN STAD VAN STRATEGISCH BELANG

Als de Rijn, op weg naar de Noordzee, de Duits/Nederlandse grens overschrijdt gebeuren er twee dingen. De Duitse naam Der Rhein verandert in de Nederlandse De Rijn en de rivier splitst zich in drie armen. De noordelijke tak stroomt als de IJssel naar de voormalige Zuiderzee, nu IJsselmeer, de middelste tak stroomt naar het westen met de naam De Rijn, en de zuidelijke tak neemt de naam De Waal aan.

Op een paar kilometer van de Duits-Nederlandse grens ligt, in een dominerende positie, de stad Nijmegen op de steile zuidelijke oever van De Waal. Door de eeuwen heen nam de stad altijd een strategische positie in. Reeds de oude Romeinen zagen dit en op de top van een heuvel bouwden zij een van de vele forten ter verdediging van de Noordelijke grens van hun grote Keizerrijk. In de Middeleeuwen werd op dezelfde plaats een kasteel gebouwd. Nijmegen werd een belangrijk kruispunt van wegen, handelscentrum en een rivierhaven. Veerponten stelden de reizigers in staat de brede, soms wild stromende rivier over te steken. In de 20ste eeuw werd over de Waal een grote spoorbrug gebouwd. Spoedig gevolgd door een al even indrukwekkende verkeersbrug.

In september 1939 vielen de Duitse legers Polen binnen. Tot Adolf Hitlers grote verbazing en teleurstelling verklaarden daarop Groot Brittannië en Frankrijk de oorlog en begon de 2E Wereld Oorlog. Zowel België als Nederland verklaarden zich neutraal en Adolf Hitler, de Führer en dictator van Nazi Duitsland, op zijn erewoord, garandeerde deze neutraliteit. De Nederlandse strijdkrachten werden gemobiliseerd. Daar de bruggen van Nijmegen van strategisch belang waren werden zij door Nederlandse soldaten bewaakt. 

Zoals uit de historie blijkt kennen dictators geen woord van eer en om 0300 uur van die prachtige, zonnige voorjaarsdag van 10 mei, 1940 overschreden de Duitse strijdkrachten de Nederlands/Duitse grens. Over de weg is het maar een paar kilometer van die grens naar de Nijmeegse bruggen en de eerste Duitsers waren spoedig daar, net op tijd om te kunnen waarnemen dat beide bruggen werden opgeblazen en in de Waal tuimelden. Een kleine misrekening.

Toen Nederland, België en Frankrijk bezet waren en Groot Brittannië alleen stond, werden de Nijmeegse bruggen, zoals vele anderen, weer hersteld.

PADVINDER

Jan van Hoof werd geboren in deze stad op de heuvels. Zodra hij oud genoeg was werd hij lid van een horde en werd hij kort daarop als Welp geïnstalleerd. Hij werd een zeer enthousiaste Welp die niet kon wachten op het moment waarop hij Verkenner zou kunnen worden.

Toen de Nazi''s op 10 mei 1940 Nijmegen binnen marcheerden was Jan een 17 jaar oude verkenner die op het punt stond als Voortrekkersgast toe te treden tot de Stam.

Bijna onmiddellijk na de Bezetting kwamen de Nederlandse Nazi''s met het grandioze voorstel dat er één Nederlandse Jeugd Beweging zou moeten komen. Zij zouden hun Nationale Jeugdstorm opheffen. De Scouting en Guiding organisaties zouden dan ook zichzelf dienen op te heffen en samen zouden zij dan, met enkele kleinere jeugdverenigingen,die nieuwe Nationale Jeugdbeweging gaan vormen. De besprekingen liepen op niets uit omdat de leiding van de Scouting organisaties wel begreep dat die nieuwe organisatie een Nazi beweging zou worden. Men bedankte dus voor de eer.

Op 2 april 1941 maakte de Bezetter bekend dat met onmiddellijke ingang het Nederlandse Scouting en Guiding verboden werden. Voorzetting van de activiteiten, in welke vorm dan ook, werd niet alleen verboden maar zou ook bestraft worden. Alle eigendommen werden ib beslag genomen en ter beschikking gesteld van de Duitse Hitler Jugend en de ''Nederlandse'' Nationale Jeugd Storm.

Velen trokken zich van dit verbod niet veel aan. De meeste Verkenners, Voortrekkers en hun Leiders gehoorzaamden niet maar - niet zonder risico - zetten hun activiteiten voort op illegale wijze. Zij kwamen samen op geheime plaatsen, en trokken daar de uniformen aan die zij in hun schooltassen meebrachten.

VOORTREKKERSINSTALLATIE

In die dagen werden jongens die 17 jaar oud werden geachte de Verkenners troep te verlaten en toe te treden tot de Voortrekkersstam. De Stam werd beschouwd als zijnde een voorbereidende training voor het Leiderschap. De Verkenner, die Voortrekkersgast werd, werd ontdaan van tot dan toe behaalde klasse en vaardigheidsinsignes, mocht alleen het installatieteken blijven dragen en de groen gele VT-gast schouderlinten. Vervolgens moest hij zich onderwerpen aan een proefperiode van 6 tot 12 maanden. Had hij dan voldaan aan alle eisen dan mocht hij tot Voortrekker geïnstalleerd worden.

In de nacht kwam de gehele Stam kwam bijeen op een speciale plaats, bv in een kapel, een kerkje,een kasteel of een open plek in het bos. De VT-gast werd gedurende 2 uur afgezonderd met zijn Vigilie, een lijst met vragen die hij voor zichzelf diende te overwegen en te beantwoorden en die het hem duidelijk maakten dat hij als Voortrekker speciale verantwoordelijkheden zou hebben ten opzichte van Scouting maar ook de Gemeenschap. Het Spelen van het Spel was voorbij, kwam op de tweede plaats en het Dienen van de Beweging en de Gemeenschap zou beginnen.

Kort voor middernacht werd de VT-gast in de Voortrekkers Kring gebracht. Hem werd gevraagd of hij de inhoud van de Vigilie had begrepen en of hij bereid was te trachten aan zijn nieuwe verantwoordelijkheden te voldoen. Daarna werd hij - te middernacht - tot Voortrekker geïnstalleerd en kreeg hij de bijbehorende insignes, zoals de groene schouder epauletten, de roodgroengele schouderlinten en het metalen VT staafje voor op de hoed of baret. Dit was een indrukwekkende ceremonie, die men nimmer vergat.

Het geheel mocht alleen bijgewoond worden door hen die zelf ook eens als VT waren geïnstalleerd. Het kwam voor dat zich onder het ''hogere pluimvee'', dwz de Commissarissen lieden bevonden die nooit VT waren geweest. Ook zij werden onder geen beding toegelaten tot de ceremonie.

VT-GAST EN VOORTREKKER

De Stam, waartoe Jan van Hoof zou toetreden, bleef ook na het verbod bijeenkomen, zij het dan zonder uniform. Uiteraard moest alles aangepast worden aan het nu illegale bestaan. Maar de eisen bleven gelijk en toen Jan en nog twee andere VT-gasten zover waren trok in het voorjaar van 1943 de Stam zich terug in een verlaten plaats in de bossen ten zuiden van Nijmegen. In groepjes van twee begaf men zich, in burgerkleding, het bos in om daar het verboden uniform aan te trekken. De drie kandidaten werden ieder apart of een stille plek neer gezet om hun Vigilie te doen. Het geheel werd begeleid door het geluid van de motoren van de geallieerde bommenwerpers op de heen weg naar - en later - op de terugweg van hun doelen in Duitsland en het in de lucht ontploffen van de Duitse luchtafweer granaten. Ook werden de stemmen gehoord van een Duitse patrouille. Eén voor één werden de jongens tot Voortrekker geïnstalleerd.

VERZET

Via het illegale Stamwerk werden de Nijmeegse Voortrekkers, zoals vele anderen, ook betrokken bij het Verzet. Tegen de Duitse Bezetter. Ook het Verzet was zich wel bewust van de strategische waarde van Nijmegen en het belang van het behoud van de Waalbruggen. Het werd Jans speciale opgave om te ontdekken hoe de Duitsers voorbereidingen troffen om de bruggen op te blazen als de Geallieerden zouden arriveren.

Op 6 juni 1944 (D-day)landden de Geallieerden op de kusten van Normandië en nadat zij een sterk bruggenhoofd hadden gevormd braken zij uit en trokken in een snel tempo door Frankrijk en België naar het noorden. De Duitsers brachten hun springladingen aan in de beide bruggen. Jan was altijd in de nabijheid, of in een kano, als hengelaar in een roeiboot of gewoon zittende op de rivier oever. Hij maakte aantekeningen en schetsjes van wat de Duitse Sprengkommandos deden.

OPERATIE MARKET-GARDEN

Op een zonnige zondag, 17 september 1944, brak het Britse 2e leger uit het bruggenhoofd dat het had gevormd over het Kempisch Kanaal ten Noorden van het Belgische plaatsje Lommel, ten Zuiden van Valkenswaard en Eindhoven. Te gelijkertijd werden Luchtlandingstroepen ingezet om de bruggen over de vele waterwegen te bezetten en te behouden. Het plan was dat het 2e Leger aan het einde van de eerste dag Nijmegen zou bereiken, en via de door de Amerikaanse parachutisten te nemen Waalburg op de tweede dag door te stoten naar Arnhem waar de Rijnbrug dan door de Britse para’s zou moeten zijn ingenomen. Vervolgens zou men vanuit Arnhem over de Veluwe naar het IJsselmeer rijden om zo de 100.000 Duitsers in West-Nederland af te snijden van hun hoofdmacht in Duitsland, en dan over de IJssel te beginnen met de omsingeling van het Roergebied.

Die schitterende zondagmorgen zagen de Duitse militairen en de meer dan verheugde en opgewonden Nederlanders hoe Generaal Gavins 2ste US Airborne Division per parachute of zweefvliegtuig landde ten Zuiden van Nijmegen. Bijna op de Duits-Nederlandse grens. Zoals altijd waren de eerste uren chaotisch en was er bijna geen Duitse tegenstand. Het hoofdkwartier van Generaal Gavin werd gevestigd in Hotel Sionshof gelegen in het bos tussen Nijmegen en Groesbeek. Het Nederlandse Verzet nam contact op en verschafte informatie en gidsen. Jan van Hoof verliet het ouderlijk huis en begaf zich door de hem zo bekende bossen naar de Amerikanen en belandde in het Hoofdkwartier waar hij de door hem gemaakte kaarten en verzamelde gegevens betreffende het opblazen van de bruggen overhandigde. Hadden de Duitsers hem op zijn tocht gegrepen dan hadden zij hem ter plaatste doodgeschoten.

Als zovele andere Engelssprekende Verzetsmensen kreeg hij de taak om als gids op te treden voor de Amerikanen en ze door de bossen en de stad naar de bruggen te brengen. Dit kostte tijd en het gaf de Duitsers de gelegenheid van hun verbazing te bekomen en hun verdediging te organiseren of liever te improviseren. In de nabijheid van de bruggen ontstonden zware huis tot huis gevechten en het lukte de Amerikanen niet de bruggen, zoals het plan was nog op de 17e te veroveren. Het schijnt dat, gedurende deze gevechten, het Jan van Hoof lukte om, ondanks het hevige vuur, de verkeersbrug op te kruipen en de kabels, die naar de springlading leidden, door te knippen. Niemand zag het hem doen, niemand zal ook op deze eenzame figuur hebben gelet. Even later ontmoette zijn zuster hem en zag hij kans zijn ouders nog even te spreken. Al wat hij zei was: "De brug is gered". Toen meldde hij zich weer bij de Amerikanen.

De Verzetsmensen, toen zij eindelijk in de openbaarheid konden treden, waren veelal gekleed in blauwe of zwarte overalls of in burgerkleding maar allen droegen om de arm een speciale armband met het woord Oranje. De Geallieerde Opperbevelhebber, de Amerikaan Generaal Dwight D. Eisenhower had, ook door middel van strooibiljetten, de Duitsers duidelijk gemaakt dat deze mannen en vrouwen dienden te worden beschouwd als Geallieerde militairen en als zodanig dienden te worden behandeld. Maar voor de Duitsers waren ze niet veel meer dan een troep ''communistische terroristen''. De verzetsmensen waren veelal licht gewapend met door de Britten gedropte Sten Guns, van de Duitsers gestolen Schmeisser machine pistolen, pistolen en handgranaten. Sommigen werden door de Amerikanen in Amerikaanse uniformen gestoken en ontvingen betere wapens. 

Was de eerste Amerikaanse aanval op de bruggen mislukt, inmiddels hadden de eerst eenheden van het 2e Britse Leger, ondanks oponthoud, Nijmegen toch bereikt. Opnieuw begonnen de aanvallen op de Duitsers die de bruggen verdedigden. Op 19 september ontving Jan van Hoof de opdracht een colonne Britse gevechtswagens met daarop Amerikaanse paras, te gidsen naar het Hoofdpostkantoor tussen de spoorbrug en de verkeersbrug. Aan de kop reed een Humber pantserwagen bestuurd door de Britse sergeant Berry. Jan, die er bovenop zat, gaf zijn aanwijzingen aan hem door. Toen het Postkantoor was bereikt bereidde men zich voor op de verdediging hiervan.

Toen gebeurde er iets dat tot nu toe onverklaarbaar is gebleven. Sergeant Berrys Humber gaf ineens vol gas en - met Jan van Hoof er nog altijd bovenop - verdween in een zijstraat die naar de spoorbrug leidde. Of Berry, per radio, order had ontvangen om de omgeving van de spoorbrug te verkennen is onbekend. Het is ook mogelijk dat Jan van Hoof, na maanden van observeren, er van overtuigd was dat hij wist waar het ontstekingsmechanisme zich bevond en dat hij met Berry het initiatief nam om het buiten gebruik te stellen. Ook de Duitsers werden door deze actie verrast en het duurde even voor zij het vuur openden. Met hoge snelheid bereikte de Humber de Nieuwe Markt en was op slechts 300 meter van de spoorbrug toen de bemanning van een Duits antitankgeschut de wagen opmerkte en het vuur opende. De bemanning van de Humber beantwoordde het vuur met hun machinegeweren. Vanuit de omringende huizen zagen Nederlanders wat er gebeurde. Hoe de Humber een voltreffer kreeg en in brand vloog. Sergeant Berry en de chauffeur kropen er nog uit doch stonden in brand en stierven een verschrikkelijke dood. Jan van Hoof werd van de wagen geslingerd, lag op de straat, leefde nog, maar was door de val en de explosie waarschijnlijk even buiten bewustzijn. Een aantal Duitsers rende naar het brandende voertuig en vonden Jan. Ze namen hem zijn wapens en identiteitpapieren af, verwijderde de Oranje armband, die hem een officiële Geallieerde soldaat maakte, sloegen en trapten hem, beschuldigden hem er van een ''bolsjewiek, een communistische terrorist'' te zijn en na verdere schoppen en slagen schoten zij hem door zijn hoofd. Hij was 22 jaar oud.

De lichamen van Jan, Berry en de chauffeur werden tijdelijk begraven in het nabijgelegen park. Pas toen, een paar dagen later, de gevechten in Nijmegen waren beëindigd werden zij opgegraven en geïdentificeerd.

De spoorbrug werd door de Duitsers opgeblazen. Toen hun positie op de zuidelijke oever van de Waal onhoudbaar werd en zij inzagen dat zij de verkeersbrug niet langer konden houden stelden zij het ontstekingsmechanisme in werking maar er gebeurde niets. De Amerikanen en Britten namen de brug onbeschadigd over. Ten Zuiden van de brug stond een grote colonne Britse tanks van de Grenadier Guards gereed. Zodra het sein werd gegeven dat de brug veilig was, zette deze zich in beweging en reed met hoge snelheid de brug over. De voorste tank stond onder commando van Lance Corporal Carl Pacey. Als Voortrekker was hij lid van de 4th Coalville YMCA Scout Group. Te laat echter om op tijd de brug van Arnhem te bereiken, die zo lang mogelijk door de Britse parachutisten voor de Duitsers ontoegankelijk en onbruikbaar werd gemaakt.

De Operatie Market Garden was mislukt. De oorlog werd minstens 9 maanden verlengd. De bevolking van West Nederland moest eerst nog de Hongerwinter ondergaan.

Toen in Engeland de gewaagde plannen werden ontvouwd sprak de Poolse Generaal Stanislaw Sosabowski de woorden: "Een Brug Te Ver".Hij kreeg gelijk.

In de stad Nijmegen zijn er drie monumenten die herinneren aan Jan van Hoof. Op de rotonde aan de zuidzijde van de brug een figuur van een man met een door schoten doorboorde vlag. Eén op de brug waar Jan geacht wordt de kabels te hebben doorgeknipt. Tenslotte een eenvoudige herdenkingstegel in het trottoir van de Nieuwe Markt met de tekst:

HIER VIEL JAN VAN HOOF REDDER DER WAALBURG. 19-9-1944.

Na de Bevrijding van het land, toen Scouting weer in de openbaarheid kwam, en zijn geschiedenis bekend werd, namen vele Scouting groepen zijn naam aan.

Sedert 1927 kende het Nederlandse Scouting, evenals het Britse en vele anderen, drie speciale medailles ''VOOR MOED''.Na de Tweede Wereldoorlog kregen zij de naam Jan van Hoofkruizen.

Het Maltezer Kruis in goud met een blauw-rood lint voor ''betoonde moed zonder direct eigen levensgevaar'' Het Maltezer Kruis in zilver met een blauw lint voor ''betoonde moed waarbij levensgevaar werd getrotseerd'' Het Maltezer Kruis in brons met een rood lint voor: ''betoonde bijzondere moed waarbij groot levensgevaar werd getrotseerd''.

Tijdens de fusie van de vier organisaties in 1973 werden de Jan van Hoofkruizen, tot veler spijt, opgeheven. Een stukje verleden werd aan de vergetelheid prijs gegeven.

NIJMEGEN EEN FRONTSTAD

De oude, historische binnenstad van Nijmegen werd reeds zwaar verminkt tijdens het Amerikaanse ''vergissingsbombardement'' van 23 februari 1944 en leed nog meer schade tijdens de gevechten van september 1944. In de daarop volgende herfst en winter bleef Nijmegen Frontstad en stond bloot aan de beschietingen door de Duitse artillerie, binnen wiens schootbereik zij bleef tot in april 1945 de Britten tussen Emmerich en Wesel over de Rijn trokken.

De bevolking werd geëvacueerd naar het veilige achterland van Noord Brabant en Vlaanderen. Alleen zij bleven, die niet gemist konden worden, zoals technisch gemeente personeel, de brandweer, luchtbescherming, politie, ziekenhuis personeel, de mensen van het Verzet - nu leden van de Nederlandse Strijdkrachten. Zo ook de meeste padvinders en padvindsters van 15 jaar en ouder. De hele winter door verleenden zij hun vele diensten aan de achtergebleven burgers en de militairen. In de puinhopen werd zelfs een Internationale Scout Club geopend. Alle Scouts, juist ook zij die dienden in de Geallieerden legers, waren hier altijd welkom om even bij te komen in een prettig, vertrouwelijk gezelschap.

US Generaal Gavin, wiens Luchtlandingsdivisie in Nijmegen en omgeving tot in de herfst van 1944 gelegerd bleef, was zeer onder de indruk van de assistentie die zijn strijdmacht ontving van de Nijmeegse Scouts. Voor zijn eenheid teruggetrokken werd uit de frontlijn gaf hij toestemming om aan de Scouts, die gebleven waren, het officiële embleem van de 82nd US Airborne Division uit te reiken. Een Parachute en een Zweefvliegtuig. Zij mochten dit op hun shirt dragen.


Bronvermelding: http://www.kelpin.nl/fred/artikelen/hoof.pdf